Branche
Financiële dienstverlening, Zakelijke dienstverlening
Uitdaging omschrijving
De uitgangssituatie
Pinnen is een snelle, veilige en eenvoudige manier van betalen die sinds 1987 beschikbaar is. Pinnen is naast contant betalen de belangrijkste manier van betalen in Nederland. Echter, grootwinkelbedrijven, winkelketens, mkb en banken voerden jarenlang een ontmoedigingsbeleid tegen het pinnen van kleine bedragen. De consument werd op bijna alle plekken van afrekenen geconfronteerd met extra toeslagen over lage bedragen. Mooi gedrukte kaartjes duidelijk in het zicht, handgeschreven vodjes bij de kassa, het is erin geramd: pinnen doe je alleen als het gaat om grotere bedragen. Daardoor ontwikkelde de consument een soort schaamtegevoel om voor lagere bedragen de pinpas te pakken.
Currence is eigenaar van de collectieve betaalproducten PIN, Chipknip, Acceptgiro, Incasso/Machtigen en iDEAL en draagt zorg voor een gelijk speelveld voor alle partijen die een rol (willen) spelen in het betalingsverkeer met de Currenceproducten. Currence wordt medio 2007 geconfronteerd met externe invloeden. Het mkb en het klein filiaalbedrijf zijn merendeels nog steeds tegen het pinnen van kleine bedragen. Consumenten denken dat het pinnen van kleine bedragen de winkelier extra geld kost. Koppel dat aan het gewoontegedrag van de consument om een portemonnee met contant geld op zak te hebben en dat betalen een low intrestproduct is, en de uitdagingen van Currence om de consument ook voor kleine bedragen te laten betalen, zijn aanzienlijk.
De uitdaging
Currence heeft gezien het maatschappelijk belang zichzelf een hoog ambitieniveau opgelegd. Pinnen onder de tien euro moet normaal en geaccepteerd worden door retail en consument. Ruim 90 procent van de transacties onder de 10 euro wordt anno 2007 nog contant betaald. Er is een aantal belangrijke argumenten voor het stimuleren van pinnen. Allereerst is het sneller voor de klant en de ondernemer: minder snel wachtrijen en administratief overzichtelijk.
Daarnaast is het veiliger voor de klant en de ondernemer, want geen contant geld in portemonnee en kassalade. De klant heeft met pinnen altijd geld op zak en zicht op zijn uitgaven. Bovendien wordt het milieu minder belast en is het een besparing wat betreft de maatschappelijke kosten van het betalingsverkeer.
Het brengt Currence voor de campagne ‘Klein bedrag? Pinnen mag!’ tot de volgende concrete doelstellingen:
• in 2008 en 2009 10 procent groei van het totaal aantal pintransacties tot 10 euro;
• het aandeel gepinde bedragen tot 10 euro moet met 5 procent per jaar toenemen;
• het aandeel pinnen bij het afrekenen van bedragen tot 10 euro moet in vijf jaar verdubbelen;
• het totaal aantal contante betalingen onder de 10 euro moet met 5 procent verminderen op jaarbasis;
• de (handgeschreven) tariefbordjes ‘pinnen onder de 10 euro kost meer’ moeten uit het winkelbeeld verdwijnen.
In de eerste fase van de campagne moet eerst beweging in de houding ten aanzien van het pinnen worden gecreëerd. In fase twee moet bij consumenten, spontaan dan wel geholpen, het pinnen van kleine bedragen de voorkeur krijgen in plaats van contant betalen. Bij elke betaling moet bewust naar de pinpas gegrepen worden door de consument. Om dit zo veel mogelijk in beweging te krijgen is een actieve houding van de winkelier van groot belang. Allereerst dienen de tariefbordjes te verdwijnen. Daarnaast wil Currence graag dat winkeliers aan hun klanten vragen om ook de kleine bedragen te pinnen. Een en ander moet ertoe leiden dat de helft van de doelgroep de campagne ‘Klein bedrag? Pinnen mag!’ eind 2008 kent. Eind 2009 moet dat 75 procent zijn. De score op de stelling ‘Ik pin liever niet onder de 10 euro’ moet globaal afnemen van ongeveer de helft tot circa een derde van de bevolking eind 2008, respectievelijk 25 procent eind 2009.